Voor Ondernemers in Transport en Logistiek

Per 1 augustus wordt de WW-premie (premie Awf) substantieel verlaagd

Per 1 augustus wordt de WW-premie (premie Awf) substantieel verlaagd met 2,37%. Dit levert bouw- en infrabedrijven een fikse besparing op die bijvoorbeeld kan worden ingezet om de eenmalige loonsverhoging in december grotendeels mee te betalen.

In een kamerbrief van minister Koolmees is de regeling opgenomen die geldt vanaf augustus 2021 tot eind 2021 en die spoedig zal worden gepubliceerd in de Staatscourant. De WW-premie voor contracten voor onbepaalde tijd wordt verlaagd van 2,70% naar 0,34% en de WW-premie voor de overige contracten worden verlaagd van 7.70% naar 5,34%. In beide gevallen daalt de premie 2,37%. Deze verlaging gaat bij maandverloning in per 1 augustus 2021 en bij 4-wekenverloning per 16 augustus.

Forse meevaller
De premieverlaging is ingevoerd als vervanging voor de BIK-regeling (Baangerelateerde Investeringskorting). Deze regeling zou door de EU kunnen worden gezien als ongeoorloofde staatssteun en is hierdoor vervangen door de verlaging van de WW-premie. De verlaging zorgt voor een forse meevaller van 2,37% over de gehele loonsom van het bouwbedrijf en wordt in de wandelgang ook wel het ‘vakantiegeld voor werkgevers’ genoemd. De besparing biedt onze bouw- en infrabedrijven de mogelijkheid om de eenmalige uitkering in december grotendeels te voldoen uit de vrijgekomen middelen.

now regeling behoort tot de omzet

In het jaarrekeningenrecht geldt dat inkomsten uit reguliere activiteiten van de onderneming gelden als omzet. Dat geldt ook voor loonsubsidie NOW. Cm: geeft hier 7 voorbeelden over het omzetbegrip in de regeling.

Corona-gerelateerde subsidies zijn een aparte categorie inkomsten in de jaarrekening. Vier regelingen gelden altijd als omzet voor de NOW: NOW-voorloper TOGS, de Regeling continuïteitsbijdrage zorg, de beschikbaarheidsvergoeding OV-bedrijven en de Tegemoetkoming sierteelt en voedingstuinbouw. De Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) telt niet meer mee voor de omzet vanaf NOW 3, maar nog wel voor NOW 1 en NOW 2.

Dat geldt ook voor non-profitorganisaties: in plaats van opbrengsten gaat het daar over baten. Baten die aan reguliere activiteiten zijn toe te schrijven, waaronder coronasubsidies, horen bij de omzet. Ook de eventuele tegemoetkoming die werkgevers ontvangen als zij werknemers uitlenen in het kader van crisisbanen wordt voor de NOW als omzet gezien.

Bedrijven gericht op winst
Voor bedrijven die gericht zijn op het maken van winst worden de inkomsten uit reguliere bedrijfsactiviteiten als omzet bestempeld, dus de verkoop of levering van goederen of diensten. Voor de NOW komen daar ook inkomsten bij die in de plaats komen van de normale inkomsten.

Voorbeeld 1: Restaurant
Een restaurant heeft als reguliere bedrijfsactiviteit het verkopen van goede maaltijden en drankjes aan betalende klanten. De inkomsten die zij daarmee ontvangen, zijn omzet. Vanwege de lockdown moeten restaurants dicht, en krijgen zij geen inkomsten meer uit hun reguliere bedrijfsactiviteiten. Als een restaurant een subsidie ontvangt om dit verlies aan inkomsten op te vangen, wordt dat gezien als omzet.

Als het restaurant bezig is met verduurzaming en zonnepanelen wil laten plaatsen op het dak, en ze daar een subsidie voor aanvragen, geldt dat niet als omzet. Het plaatsen van zonnepanelen heeft niets te maken met de reguliere bedrijfsactiviteiten van het restaurant, en is daarom geen omzet voor de NOW.

Voorbeeld 2: Bouwbedrijf
Een onderneming in de bouw wil NOW aanvragen omdat de omzet vanwege de corona-crisis flink tegenvalt. De onderneming heeft twee werknemers in dienst met een afstand tot de arbeidsmarkt. De onderneming krijgt via de gemeente loonkostensubsidie. Daarnaast heeft deze onderneming een particuliere ziektekostenverzekering afgesloten. Er zijn 3 medewerkers langdurig arbeidsongeschikt waardoor de onderneming vanuit de verzekering ziekengeld voor deze werknemers ontvangt.

Voor de NOW gelden deze inkomsten allebei niet als inkomsten. De reguliere bedrijfsactiviteiten van deze onderneming zijn het maken van winst door huizen te (ver)bouwen. De inkomsten die de onderneming heeft omdat er een subsidie van de gemeente binnenkomt omdat de onderneming werknemers met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst heeft, vallen daar niet onder. Ook als een onderneming een uitkering krijgt uit een private verzekering is dat geen omzet.

Voorbeeld 3: Voorraadleverancier
Een groothandel die vooral inzet op de bevoorrading van horeca heeft door de sluiting van de horeca een flinke tegenvaller. De onderneming maakt gebruik van de verschillende steunmaatregelen vanuit de overheid. Zo vraagt de onderneming de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) aan. Ook heeft de groothandel via de branchevereniging nog een subsidie gekregen vanwege de tegenvallende inkomsten. Tot slot ontvangt de groothandel ook een vergoeding om verschillende aanpassingen in de kantoorruimte van de groothandel te doen om deze aan te passen aan de anderhalvemetersamenleving. De omzet van deze onderneming bestaat uit de inkomsten die de groothandel nog heeft voor de leveringen die nog doorlopen. Daarnaast moet de onderneming de TVL voor de NOW1 en NOW2 ook meenemen in de omzet (voor NOW3 en NOW4 hoeft dit niet). Ook de subsidie die vanuit de branchevereniging binnenkomt is omzet voor de NOW. De vergoeding voor het aanpassen van de kantoorruimte is geen omzet, want dat is bedoeld om een eenmalige aanpassing door te voeren, en heeft niets te maken met de normale bedrijfsactiviteiten van de groothandel, en is ook geen opvang van misgelopen inkomsten.

Voorbeeld 4: Winkel
Een detailhandel-bedrijf heeft half december zijn winkel moeten sluiten omdat het niet tot de essentiële winkels behoort, zoals het kabinet heeft gedefinieerd. De winkelier vraagt TVL aan en ontvangt ook een voorraadsubsidie bovenop de TVL.

Beide vergoedingen zijn omzet voor de NOW1 en NOW2, de TVL telt niet mee als omzet voor de NOW3 en NOW4. De voorraadsubsidie is een opslag bovenop de TVL, en wordt daarom hetzelfde.

Non-profitorganisaties
Er zijn ook ondernemingen of instellingen die niet gericht zijn op het maken van winst. Deze ondernemingen of instellingen krijgen vaak geen inkomsten binnen door het verkopen of leveren van goederen of diensten, maar ontvangen subsidies, giften, donaties en bijdragen vanuit overheidsinstellingen (baten). Voor de NOW-omzet worden deze baten als omzet gezien als ze aansluiten bij de reguliere activiteiten. Als een instelling normaal gesproken altijd al een subsidie krijgt om de activiteiten uit te voeren, zal deze subsidie als omzet worden gezien voor de NOW. Een paar voorbeelden om het duidelijk te maken:

Voorbeeld 5: Museum
Een museum ontvangt normaal gesproken subsidie om ervoor te zorgen dat er mooie exposities gehouden kunnen worden. Ook in 2020 ontvangt het museum deze subsidie. Daarnaast krijgt het museum een extra subsidie vanuit de overheid omdat het museum tijdens de lockdown dicht moest, en geen entreekaartjes kon verkopen.

Allebei de subsidies zijn omzet voor de NOW. De eerste subsidie is omzet omdat het ziet op de reguliere bedrijfsactiviteiten: het museum krijgt deze subsidie altijd, en heeft deze nodig om open te kunnen. De tweede subsidie is omzet omdat het bedoeld is om inkomsten die het museum normaal gesproken heeft door de verkoop van entreekaartjes op te vangen.

Voorbeeld 6: Theater
Een theater vraagt vanwege de lockdown TVL aan. Ook is er door liefhebbers van het theater een particulier initiatief gestart om theaters te helpen met een financiële bijdrage. De bijdrage is bedoeld om aanpassingen te kunnen doen aan de lobby’s van theaters om deze klaar te maken voor de anderhalvemetersamenleving.

De TVL is omzet voor de NOW1 en NOW2, de TVL telt niet mee als omzet voor de NOW3 en NOW4. De financiële bijdrage die gericht is op de aanpassing aan de anderhalvemetersamenleving is dat niet, omdat het gaat om een eenmalige praktische aanpassing. Dit ziet niet op de reguliere bedrijfsactiviteiten van het theater.

Voorbeeld 7: Uitlenen personeel
Soms lenen ondernemers die dicht moeten vanwege de Corona-maatregelen hun personeel uit aan bedrijven in sectoren waar veel vraag is naar personeel (bijv. een restaurant dat een kok uitleent aan een zorginstelling). Hier staat vaak een vergoeding vanuit de inlenende partij tegenover. Deze vergoeding is omzet voor de NOW. Het is weliswaar geen reguliere bedrijfsactiviteit van het restaurant om personeel uit te lenen, maar de NOW ziet op het helpen betalen van de loonkosten. Als de loonkosten op deze manier door de zorginstelling worden overgenomen, is de vergoeding die het restaurant ontvangt omzet voor de NOW voor het restaurant.

Bij twijfel vraag deskundig advies
Met bovenstaande voorbeelden is verduidelijkt wat tot omzet voor de NOW hoort en wat niet. Of iets tot de omzet hoort is dus afhankelijk van de reguliere bedrijfsactiviteiten van de onderneming en de aard van de inkomsten die eventueel tot de omzet behoren. Om zeker te zijn of iets in uw geval tot omzet voor de NOW hoort of niet, adviseren we u om dit aan uw accountant of een andere deskundige te vragen. Zij zijn gewend om te beoordelen of iets volgens het jaarrekeningenrecht tot omzet hoort, en kunnen ook aangeven wat in uw geval tot de omzet voor de NOW behoort.

Let op: Subsidieregeling Praktijkleren is weer geopend!

Heb jij dit schooljaar een praktijk- of werkleerplaats aangeboden zodat toekomstig werkenden beter voorbereid zijn op de arbeidsmarkt? Goed nieuws! Vanaf vandaag is het weer mogelijk om de Subsidieregeling Praktijkleren (SPL) aan te vragen. Voor Cofilex altijd een belangrijke datum, omdat wij weten dat extra hulp en advies voor het aanvragen van deze subsidieregeling van groot belang is! Vandaag gaan we in gesprek met HR specialist Ynette Hinze over de subsidie en hoe jij ervoor kunt zorgen dat de aanvraag succesvol wordt afgehandeld.

De Subsidieregeling Praktijkleren (SPL) biedt een tegemoetkoming in de kosten tijdens de praktijkbegeleiding en kan oplopen tot maximaal € 2.700 per praktijk- of werkleerplaats per schooljaar. Ynette merkt vaak dat organisaties niet eens weten dat er mogelijkheden zijn voor scholingssubsidies, hoe de aanvraag moet worden ingediend en welke administratieve bewaarplicht er is. De hoogte van deze subsidie hangt natuurlijk af van het aantal weken waarin de student de begeleiding kreeg in het school- of studiejaar. De subsidie vraag je na afloop van de begeleiding aan.

De subsidieregeling kan worden aangevraagd door bedrijven met de volgende leerlingen:

  • Leerlingen die een leer-werktraject volgen in het vmbo;
  • Mbo-studenten die een beroepsbegeleidende leerweg (bbl) volgen;
  • Studenten die een duale of deeltijd hbo-opleiding volgen;
  • Promovendi en technologisch ontwerpers in opleiding (toio’s);

Aanvraagtermijn SPL

SPL kan tot september worden aangevraagd. Heb je geen idee hoe je dit voor elkaar gaat krijgen en aan welke eisen moet worden voldaan? Geen zorgen! Ynette is een van de specialisten die jou hierbij in de breedte kan ondersteunen. We zien namelijk vaak dat een aanvraag wordt afgewezen op grond van foutieve of onvolledige informatie. Belangrijk is om dit nog voor de sluiting in september te tackelen!

Wij staan in de startblokken!
Cofilex neemt de aanvraag direct voor jou uit handen. Hierbij checken wij of de administratie op orde is, of alle deadlines gehaald worden en gaan we waar nodig in bezwaar. Wil je meer weten over deze subsidie, wat dit precies betekent en hoe de aanvraag kan worden gedaan? Neem dan contact met ons op!

Flexwerk flink beperkt in nieuw akkoord tussen bonden en werkgevers

Flexwerk flink beperkt in nieuw akkoord tussen bonden en werkgevers

De Volkskrant schrijft op basis van ingewijden dat vakbonden en werkgevers “op hoofdlijnen” een akkoord hebben gesloten over de hervorming van de arbeidsmarkt. Opvallende onderdelen uit dit vermeende akkoord zijn een sterke beperking van flexwerk, een verbod op nulurencontracten en een uurprijs voor zelfstandigen van minstens 35 euro. Inmiddels is het advies van de SER hier te lezen (.pdf).

De plannen hebben de steun van vakbeweging en werkgevers en zijn verpakt in een advies van de Sociaal Economische Raad (SER) over toekomstig kabinetsbeleid.

De huidige arbeidsmarkt met miljoenen zzp’ers en flexwerkers brengt onzekerheid mee, concludeerde de commissie-Borstlap vorig jaar. Bij deze arbeidsvormen is er onzekerheid rond de kans op een huis, voldoende inkomsten om een gezin te stichten en afdoende bescherming bij ziekte en ontslag.

Verschillen tussen flexwerk en vaste dienst moeten minder groot worden, aldus de SER.

Nulurencontracten verdwijnen in het nieuwe voorstel. Een baan mag wel flexibel worden ingevuld, maar een werknemer moet een urengarantie hebben. Voor zelfstandigen is een uurloon van 35 euro bruto voorzien. Krijgt een als zelfstandige ingehuurde werknemer per uur minder betaald, moet er een loondienstverband komen.

In ruil voor het minimum tarief wordt wel de zelfstandigen aftrek afgebouwd en dienen zzp’ers zich te verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid en moeten ze verplicht pensioen opbouwen. Ook moeten er ruimere mogelijkheden worden voor zelfstandigen om collectief te onderhandelen.

De Volkskrant ziet diverse problemen met de voorstellen: “Het minimumuurloon [lost] de verdringing van werknemers door zelfstandigen aan de bovenkant van de arbeidsmarkt niet op. De verpleegkundige die op vrijdag ontslag neemt om op maandag terug te keren als zzp’er, verdient al meer dan 35 euro bruto per uur.”

Verder zit in het akkoord meer ruimte voor ‘interne flexibiliteit’, waarbij werkgevers bij minder werk mensen tot 20 procent van de tijd naar huis kunnen sturen. Ook wordt loonbetaling bij ziekte wordt in het voorstel veranderd: waar werknemer en werkgever nu nog twee jaar samen aan re-integratie kunnen werken, wordt dat straks één jaar. Daarna volgt een keuring door UWV of een verzekeraar om ander werk te zoeken.

Leden van bonden moet nog over de plannen stemmen.

De NVJ is verheugd over het feit dat haar langdurige inspanningen voor billijke minimumtarieven voor freelance journalisten hiermee worden beloond. ‘In onze lobby in politiek Den Haag én in de gesprekken met werkgevers hebben wij ons sterk gemaakt voor een aanvaardbaar minimumtarief voor journalisten die op zzp-basis worden ingeschakeld’, aldus Thomas Bruning van de NVJ.

btw-wijzigingen voor btw-ondernemers die internationaal online verkopen

Vanaf 1 juli 2021 wijzigen de e-commerce regelingen voor btw-ondernemers die internationaal online verkopen aan consumenten in andere EU-landen. Zo moeten verkopen van goederen van binnen en buiten de EU gelijker behandeld worden. Daarnaast zijn de administratieve lasten te hoog. De afschaffing van de drempelbedragen, de nieuwe OSS-regeling, de afschaffing van de vrijstelling voor btw en invoerrechten en de btw-platformfictie moeten ervoor zorgen dat de internationale verkoop van goederen aan consumenten eerlijker en makkelijker verloopt.

Lees meer ›

Stijging wettelijk minimumloon per 1 juli 2021

Het minimumloon gaat met 0,96% per 1 juli 2021 iets omhoog. Werkgevers moeten daardoor in de tweede helft van 2021 aan werknemers van 21 jaar en ouder met een fulltime dienstverband minimaal € 1701 bruto per maand betalen.

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft het wettelijk minimumloon per 1 juli 2021 gepubliceerd in de Staatscourant. Het bruto wettelijk minimumloon bedraagt in de tweede helft van 2021 € 1701 per maand, € 392,55 per week en € 78,51 per dag. Werknemers die het minimumloon betaald krijgen, gaan er daardoor 0,96% op vooruit ten opzichte van het minimumloon dat geldt sinds 1 januari 2021.
 Werkgevers moeten het minimumloon betalen aan werknemers van 21 jaar en ouder met een fulltime dienstverband. Er bestaat geen vast minimumloon per uur. Daarvoor deelt de werkgever het minimumloon per week door het aantal uur dat in de organisatie een fulltime werkweek is (meestal 36 of 40 uur).

Lager minimumloon voor BBL’ers
Werknemers onder de 21 jaar hebben recht op een percentage van het wettelijk minimumloon. Daarbij gelden er voor werknemers van 18, 19 of 20 jaar die een arbeidsovereenkomst hebben in verband met een beroepsbegeleidende leerweg (BBL) lagere minimumbedragen.

In de onderstaande tabel staan alle bedragen voor de tweede helft van 2021.
Leeftijd Percentage Per maand Per week Per dag
21 jaar en ouder 100% € 1.701,00 € 392,55 € 78,51
20 jaar 80% € 1.360,80 € 414,05 € 62,81
20 jaar BBL 61,50% € 1.046,10 € 241,40 € 48,28
19 jaar 60% € 1.020,60 € 235,55 € 47,11
19 jaar BBL 52,50% € 893,05 € 206,10 € 41,22
18 jaar 50% € 850,50 € 196,30 € 39,26
18 jaar BBL 45,50% € 773,95 € 178,60 € 35,72
17 jaar 39,50% € 671,90 € 155,05 € 31,01
16 jaar 34,50% € 586,85 € 135,45 € 27,09
15 jaar 430% € 510,30 € 117,75 € 23,55

Geef uiterlijk 1 mei correcties WTL-berekening door

Geef uiterlijk 1 mei correcties WTL-berekening door

Werkgevers hebben nog tot uiterlijk 1 mei de tijd om een correctiebericht in te dienen bij de Belastingdienst voor hun WTL-berekening. In deze berekening staat hoeveel loonkostenvoordeel (LKV), lage-inkomensvoordeel (LIV) of jeugd-LIV zij krijgen voor 2020.

Lees meer ›

Uitstel vereenvoudiging loonkostenvoordeel

Uitstel vereenvoudiging loonkostenvoordeel

De ingangsdata van twee wetten waarmee werkgevers gemakkelijker mensen met een arbeidsbeperking in dienst kunnen nemen en houden, worden uitgesteld. Het duurt daardoor langer voordat werkgevers zelf een doelgroepverklaring kunnen aanvragen en een loonkostenvoordeel (LKV) kunnen krijgen voor een werknemer die onder de doelgroep van de banenafspraak valt zolang hij bij hem in dienst is.

Lees meer ›

Via de SLIM-regeling de leerkosten van bij- en omscholing bekostigen.

Via de SLIM-regeling kunnen werkgevers in het mkb en grootbedrijven in de landbouw-, horeca- of recreatiesector de leerkosten van bij- en omscholing bekostigen. Aanvragen voor het derde tijdvak, tot 31 maart om 17.00 uur, kunnen nu worden ingediend.

Het gaat hierbij om subsidiabele bedragen van minimaal 5000 euro, met een subsidie van 60 procent voor het mkb (80 procent voor kleinbedrijven) tot een maximum van 24.999 euro (20.000 voor landbouwbedrijven). Er geldt één uitzondering waarvoor de ondergrens van 5.000 euro niet geldt. Dat is het geval wanneer de subsidieaanvraag qua activiteiten alleen bestaat uit een enkele praktijkleerplaats ten behoeve van een beroepsopleiding in de derde leerweg. De maximale subsidie per gerealiseerde praktijkleerplaats bedraagt namelijk 2.700 euro.

Er is in 2021 opnieuw 48 miljoen euro vrijgemaakt voor de subsidieregeling Stimulering Leren In Mkb (SLIM), die erop is gericht om leren en ontwikkelen in het mkb te stimuleren.

Vergoeding activiteiten
Voor de volgende activiteiten kunnen ondernemingen SLIM-subsidie aanvragen:

  • De doorlichting van de onderneming uitmondend in een opleidings- of ontwikkelplan gericht op het inzichtelijk maken van de scholingsbehoefte vanuit het perspectief van de onderneming;
  • het verkrijgen van loopbaan- of ontwikkeladviezen ten behoeve van werkenden in de onderneming, of in geval van een samenwerkingsverband werkenden in andere mkb-ondernemingen;
  • het ondersteunen en begeleiden bij het ontwikkelen of invoeren van een methode in de onderneming die werkenden in de onderneming stimuleert hun kennis, vaardigheden en beroepshouding verder te ontwikkelen tijdens het werk;
  • het gedurende enige tijd bieden van praktijkleerplaatsen ten behoeve van een beroepsopleiding of een deel daarvan in de derde leerweg bij een erkend leerbedrijf.

SLIM-subsidie aanvragen
Aanvragen kunt u indienden via het e-portaal van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Voor de aanvraag moet u de volgende zaken opgeven:

  • Een mkb-verklaring en organisatiegegevens
  • Informatie over het scholingsinitiatief
  • Sectorgegevens (SBI-code KvK)
  • Over welke regio het gaat
  • Een omschrijving van de activiteiten aan de hand van de bijlage activiteitenplan
  • Of en zo ja welke inkomsten u verwacht van de activiteiten
  • Kostenoverzicht van de activiteiten
  • De bijlagen:
– Mkb-verklaring
, – De-minimisverklaring, 
– Activiteitenplan
, – Begroting.

Binnen 22 weken na afloop van het project moet u de einddeclaratie voor het project indienen bij Uitvoering Van Beleid. Uitvoering van Beleid beoordeelt de einddeclaratie binnen 22 weken na ontvangst van het verzoek tot vaststelling van de subsidie. Het daadwerkelijke subsidiebedrag ontvangt u nadat uw einddeclaratie is goedgekeurd. Er worden in het kader van deze subsidieregeling geen voorschotten verstrekt.

De volledige subsidieregeling is hier te lezen in de Staatscourant.

Laat jouw beschikking voor de Werkhervattingskas 2021 controleren

Laat jouw beschikking voor de Werkhervattingskas 2021 controleren

Als werkgever ontvang je in november of december een blauwe envelop van de Belastingdienst. Daarin vind je een beschikking over de Werkhervattingskas met twee premiepercentages voor 2021. Vooral als jouw loonsom hoger is dan € 346.000, is het van belang deze op juistheid te laten beoordelen. De kans op een fout in die beschikking is reëel en je wilt natuurlijk niet meer premie betalen dan nodig is. Krijg je binnenkort post? Zend deze direct door naar jouw contactpersoon van Salaris en Personeel.

Lees meer ›

Chat openen
Hulp nodig via WhatsApp?